Pioenen Verzorging Mei 2014

Beste pioenenkweker,

Hierbij sturen wij u, ook weer in 2014, de Green Works maandelijkse informatiemail met als onderwerp: Pioenen. Speciale aandacht krijgt de informatie die nu relevant is voor de pioenenteelt. Wij vertrouwen erop dat deze informatie u helpt bij een succesvolle teelt. Voor vragen of opmerkingen kunt u altijd contact met ons opnemen op onderstaande gegevens.

Botrytis bestrijding

Knop Botrytis is dezelfde Botrytis die omvallers veroorzaakt in uw gewas. Het spreekt dus voor zich dat percelen die last van veel omvallers gehad hebben, de meeste kans lopen om ook problemen te krijgen met knop Botrytis.
Knopval bij pioenrozen is elk jaar een belangrijke kwaal. Hoewel Botrytis het snelst groeit bij nat en warm weer, ontstaan de grootste problemen juist bij koud en nat weer, vlak voor de bloei. De bloemen rijpen dan niet af en staan te lang in een kwetsbaar stadium op de plant. in dit stadium groeit de schimmel vanuit het kleine blaadje onder de bloem de knop in. Als het daarna warm en vochtig wordt, vallen de knoppen vlak voor de bloei in grote getale om.
Door preventief te spuiten kan de ontwikkeling van knopbotrytis geremd worden.
Teldor Switch en Collis zijn sterke middelen voor de bloei, en dit jaar hebben Luna Privilege en Signum ook een toelating gekregen. Gebruik een uitvloeier om het middel goed rondom de bloemknop te krijgen.

Slawortelboorder

Dit jaar is de wortelboorder bijzonder actief. In de kassen zijn de eerste vlinders al uitgevlogen, en buiten zal dat dit jaar waarschijnlijk eerder zijn dan normaal. Als de vlinders uitgevlogen zijn is dit te herkennen aan de de lege vliesjes (hulsjes) die op de grond rondom de Pioen te vinden zijn.

De vlinders gaan direct eitjes leggen, waaruit de jonge larven voor nieuwe generatie ontstaan.
De bestrijding kan het beste gericht worden op het aanpakken van de jonge larven. Circa drie weken na de eerste vlucht van de vlinder, van de wortelboorder, komen de jonge larven uit de eitjes vandaan. Voor de bestrijding is het belangrijk om drie weken na de eerste vlucht van de vlinders te starten met Botanigard.

Advies: 1,5 kg Botanigard WP, daarna tweemaal herhalen met 10-14 dagen interval.
Het is van groot belang dat Botanigard op een vochtige grond wordt gespoten en dat er daarna voldoende ingeregend wordt. Dit om het middel goed in de bovenste laag van de grond te krijgen.
Botanigard is zowel vloeibaar als in poedervorm beschikbaar. De poedervorm (Botanigard WP ) krijgt straks als enige een toelating voor de buitenteelt van pioenrozen.
De dosering Botanigard vloeibaar is 3 liter/ ha, en de dosering van Botanigard WP (poeder) is 1,5 kg /ha. Beiden hebben een toelating in de teelt onder glas.
Eind deze maand wordt de toelating voor Botanigard WP voor de buitenteelt verwacht.

Beeldenbank uitgebreid met gebreksziekten

De Beeldenbank - ziekten, plagen en onkruiden - is uitgebreid met een nieuwe categorie: gebreksziekten in boomkwekerijgewassen: databank.groenkennisnet.nl/gebreksziekten

Onkruidbestrijding

Er worden op dit moment middelen gebruikt waarvan wordt aangenomen dat ze geen schade veroorzaken. Ze worden pas zo kort gebruikt omdat er nog veel te weinig ervaring mee is opgedaan. Probeer daarom de onkruidbestrijding zoveel mogelijk onderdoor met een spuitkap uit te voeren.
De belangrijkste valkuil is ophoping van bepaalde middelen. Omdat Pioenen lang op dezelfde plaats staan wordt vaak elk jaar hetzelfde gespoten. Dit houdt in dat middelen na enkele jaren wel eens anders zouden kunnen werken dan in het eerste jaar. Probeer dus voor afwisseling te zorgen.

Bemesting

Stikstof. Extra steellengte kan soms nog bereikt worden door een extra gift van ammoniumnitraat. Onthoud wel dat stikstof niet alleen de groene bladeren groter maakt, maar ook de bladeren van de bloemen! Meer stikstof geeft grotere bloemen.

Kali en fosfaat zijn beide belangrijk voor stevigheid en kleur. Van deze elementen wordt niet snel te veel gegeven. Bij een heel hoge kaligift wordt de opname van calcium en magnesium wel bemoeilijkt.

Magnesium is belangrijk voor stevigheid en kleur.

Calcium is heel belangrijk voor sterke cellen, het is de ruggengraat voor de plant. Het optreden van bladrandjes kan komen door een gebrek aan calcium. Een bepaling van het kalkgehalte is dus zeker zinvol. In de kas moet zeker calcium worden gegeven, zij het iets minder bij het gebruik van slootwater.

Sporenelementen zitten meestal voldoende in de grond. Toch is het wel verstandig om een mengmeststof te geven waar de spoorelementen in zitten. De sporenelementen zijn belangrijk voor de groeipunten en voor kleur op het gewas.

Meten = Weten
Neem met regelmaat in vaste periodes een grond / bladmonster zodat u een beter beeld krijgt van de behoeftes van de plant.

Normale bemestingsgiften kg/ha voor pioen op jaarbasis
(bij normale grondwaardering)

  • N- behoefte 150 kg/ha
  • Fosfaat, kg P2O5 100 kg/ha
  • Kali, kg K2 225 kg/ha
  • Magnesium, kg Mg 100 kg/ha

Kort voor de bloei kan men corrigerend / sturend bemesten met

  • Stikstof via bladbespuitingen i.v.m. grotere knop
  • Magnesium via bladbespuitingen i.v.m. kleur
  • Calcium via bladbespuitingen i.v.m. hardheid
  • Spoorelementen, o.a. mangaan en ijzer i.v.m. kleur

Aaltjes

Vrijlevende wortelaaltjes: Vrijlevende wortelaaltjes prikken de wortels van waardplanten alleen oppervlakkig aan. De aaltjes komen op zandgrond en lichte zavel voor. Vrijlevende wortelaaltjes hebben zeer veel waardplanten. Economisch gezien zijn de vrijlevende wortelaaltjes de belangrijkste veroorzakers van problemen. Alle vrijlevende wortelaaltjes zijn in staat het Tabaksratelvirus (TRV) over te dragen.

Wortelknobbelaaltjes: Wees bij aankoop of bij verwerking alert op de aantasting door het wortelknobbelaaltje. Een sterk vertakt wortelgestel of zichtbare knobbeltjes duiden hierop. Wortelsnoei biedt mogelijkheden maar de achtergebleven aaltjes verspreiden zich spoedig over de jonge haarwortels die in het voorjaar aangroeien. Een warmwaterbehandeling biedt wel uitkomst.

Bladaaltjes

Een aantasting van aaltjes is duidelijk te zien aan een misvorming van het blad. De bladeren zijn halfrond vergroeid en het weefsel ziet er misvormd uit. Van jonge scheuten kan soms het groeipunt verdrogen.

Daarnaast kan bloemknopverdroging optreden. Dit is duidelijk te herkennen aan zwart verrotte bloemdelen, met eromheen nog gezonde kroonbladeren. De bloemknoppen kunnen in elk stadium verdrogen. Soms komt de knop wel in bloei maar is de bloem misvormd.

Voor verspreiding in het gewas hebben aaltjes water nodig. De aaltjes bewegen zich naar andere delen van een plant over een filmpje van water dat op het blad ligt, na het (be)regenen van het gewas of bij hoge luchtvochtigheid. Verspreiding vindt ook plaats tijdens gewaswerkzaamheden. Omdat verspreiding plaatsvind tijdens nat blad moet je niet in het gewas lopen en of spuiten, dus spuiten vanuit paden.

Het aaltje geeft eigenlijk pas schade in het seizoen na de besmetting. Toch is de besmetting in het eerste jaar te herkennen. De bladeren laten dan blauwe, strak door de nerven, afgebakende vlakken zien. Na een regenbui breidt dit zich uit naar het volgende nerfvak.

Aaltjes overwinteren o.a. in dood blad op de grond en in de jonge groeipunten van de pioen. In het voorjaar gaan de aaltjes met de gewasgroei mee omhoog of ze kruipen in een waterfilm op de plant naar boven. Voor hun voeding zuigen ze aan de plant. Tijdens het aanprikken en leegzuigen van de cellen brengen de aaltjes een voor de plant toxische stof in de cellen. Hierdoor ontstaat misvorming in de groeipunten, verdroging van bloemknoppen en totale groeiremming. Aaltjes kunnen overigens ook mee liften op onkruid(zaden) en daardoor het perceel besmetten.

Maatregelen

  • Perceel vrij van onkruid houden.
  • Verwijder de verdroogde bloemknoppen.
  • Spuit als het blad nat is van de dauw, omdat de aaltjes dan aan de buitenkant van het blad zitten, 3 x met Vertimec Gold.
  • Maai in het najaar het gewas, half augustus, af en verwijder de gewasresten. Doe dit alleen bij droog weer. 

Virus

Tabaksratelvirus. Het virus wordt in de bodem overgebracht door vrijlevende wortelaaltjes. De aantasting is vaak pleksgewijs. Soms komen gezonde scheuten, naast zieke, voor aan dezelfde plant. Het virus gaat bij vegetatieve vermeerdering over op het grootste deel van de nakomelingen.

Het virus heeft een zeer brede waardplantenreeks, waaronder bloembolgewassen en onkruidsoorten. O.a. vogelmuur, varkensgras en herderstasje fungeren als waardplant. Het virus kan ook verspreid worden vanuit een beukenhaag.

Symptomen

  • De bladeren hebben gele vlekken, vaak in kringvorm, enkel- en meervoudige kringen en golflijnen
  • Op de bladeren, en soms op de stengel, bruine tot zwarte streepjes en vlekjes
  • Soms een gedrongen groei, bladeren gebobbeld, gedrongen en/of samengeknepen
  • Het virus kan ook symptoomloos voorkomen in bijvoorbeeld pioen

Maatregelen

  • Organische stof in de vorm van compost of champost kunnen de infectiedruk verlagen.
  • Gezond uitgangsmateriaal (ga kijken voor je koopt)
  • Bestrijd onkruiden, vooral wortelonkruiden, omdat deze waardplanten zijn van de aaltjes
  • Verwijder zieke planten
  • Teel geen gewassen op gronden waarvan bekend is dat ze besmet zijn met tabaksratelvirus
  • Grond stomen

Komkommermozaïekvirus kan door een groot aantal bladluissoorten worden overgebracht, waaronder de groene perzikluis. Bladluizen kunnen het virus opnemen door slechts enkele seconden op een zieke plant te zuigen. Als ze vervolgens doorvliegen naar een gezonde plant en deze aanprikken, kan het virus onmiddellijk worden overgedragen.

Virusoverdracht vindt vooral plaats naar de planten in de directe omgeving. Het virus gaat bij vegetatieve vermeerdering over op de nakomelingen. Komkommermozaïekvirus heeft een zeer brede waardplantenreeks waaronder onkruiden als: muur, klein kruiskruid, witte en paarse dovenetel, knopkruid en zwarte nachtschade.

Symptomen

  • De bladeren hebben lichtgroene tot gele kringen, figuren en vlekken op het blad
  • Vaak treedt er ook groeivermindering en bladmisvorming op

Maatregelen

  • Gezond uitgangsmateriaal (ga kijken voor je koopt)
  • Bestrijd onkruiden
  • Verwijder zieke planten
  • Voer bespuitingen uit tegen bladluizen

Bladroller

Bladrollers danken hun naam aan het feit dat de rupsen zich tussen bladeren inspinnen. De bladeren rollen daardoor op. Bij pioenrozen vreet dit kleine bewegelijke zwarte rupsje zich in de bloemknop van de plant. De roller is niet alleen lastig te vinden, maar veroorzaakt ook direct schade aan de bloemknop. Regelmatig controleren is dus noodzakelijk. Bladrollers zijn te bestrijden met o.a. Decis, Runner, Turex en Xen Tari.

Meer informatie

Bekijk het gehele Pioenen assortiment hier: Pioenen Assoriment

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Ed Kleijbeuker 

Tel. +31 (0)6 24 94 64 05
Mail: 
ed@green-works.nl

Daan Kneppers 

Tel. +31 (0)6 51 82 47 12
Mail: 
daan@green-works.nl

Green Works International is leverancier van jong uitgangsmateriaal voor potplanten en zomer snij bloemen. Het levert ook leverbare planten voor de plantenhandel en -export.
Met ondersteuning bij teelt, promotie, marketing en afzet biedt Green Works een totaalpakket om een uniek en gezond product op de markt te zetten.