Pioenen nieuwsbrief, april 2016

Hierbij sturen wij u onze nieuwsbrief met als onderwerp: pioenen. Speciale aandacht krijgt de informatie die nu relevant is voor de pioenen teelt. Wij vertrouwen erop dat deze informatie u helpt bij een succesvolle teelt. Voor vragen of opmerkingen kunt u altijd contact met ons opnemen.

Watergift

Pioen is een gevoelig gewas. Door zijn snelle groei na opkomst is het gewas niet sterk. Gaat de groei erg snel terwijl het klimaat schraal is, dan zal de plant de zwakste bloemen afstoten. Vooral tijdens koude nachten krijgt de vorst daarvan vaak de schuld, terwijl gebrek aan water waarschijnlijk een belangrijker oorzaak is. Ook bij plotseling mooi weer tijdens de strekking is het risico groot. Wacht daarom niet met beregenen tot de grond droog is, maar maak het voor de plant zo plezierig mogelijk.
In de kas of in de tunnel is de watergift bij pioenen bepalend voor het resultaat. Omdat de gewassen zeer snel groeien is de kans groot dat de gewasgroei voor de plant belangrijker is dan het laten doorgroeien van de bloemknoppen. Door voldoende water te geven wordt het zogenaamde kiesmoment van de plant uitgesteld. Als de knoppen groot genoeg zijn, zal de plant de knoppen niet meer afstoten. Het geven van voldoende water maakt extra aandacht voor het klimaat noodzakelijk. Vermijd grote overgangen in temperatuur en luchtvochtigheid, zet op tijd een kier lucht en zorg voor een rustige groei. De ramen pas openzetten als het warm is, kan vochtblaadjes en brandkoppen veroorzaken. Op deze beschadigingen vormt zich bijna zeker Botrytis. Droog telen om Botrytis te voorkomen geeft problemen met verdroogde knoppen. Om ervoor te zorgen dat alle knoppen doorgroeien. Moet de vochtvoorziening optimaal zijn. Gebeurt dit niet, dan wordt het ene probleem opgelost ten koste van het andere.

Botrytis

De eerste behandeling van Botrytis vind plaats tijdens de opkomst. Omdat de schimmel overwintert door sporen op de grens van grond en lucht, wordt de nieuwe scheut besmet tijdens de opkomst.
Aangieten met Collis of Luna kan bij een gevoelig soort als bijvoorbeeld Flame het aantal omvallers met meer dan 90% verminderen. Pioenen die door de wind en vorst zijn beschadigd zijn ook gevoeliger. Ook gewassen waar vorig seizoen na de bloei meer botrytis aanwezig is geweest, vragen extra aandacht. Wij willen dan ook het belang benadrukken van tijdig en preventief behandelen van de gewassen. Dat kan een aanzienlijk voordeel opleveren.
De dosering is maximaal 4 liter per ha en werkt het beste als er zoveel mogelijk op de plant wordt gegoten met veel water. (Voor gevoelige rassen 0,20 liter per plant)  Regelmatig Collis gebruiken is niet optimaal vanwege resistentie.

Ook het losmaken van de bovengrond in tunnels en kassen kan de schade door omvallers aanzienlijk beperken.

Door zijn snelle groei is de pioen weinig bestand tegen klimaatwisselingen, Rondom de beschadigingen die daaruit voortvloeien, vormt zich bijna zeker Botrytis. Vooral waneer pioenen niet beschermd worden tijdens de groei, blijft de schimmel voor grote problemen zorgen. Extra bespuitingen zijn dus zeker nodig in deze kritieke periode. Als goede en effectieve middelen worden vooral Teldor, Kenbyo, Flint en Switch genoemd.

Ps: Na nachtvorst 2 dagen niet spuiten i.v.m. zwak gewas

Botrytis in het gewas

Knop Botrytis is dezelfde Botrytis die omvallers veroorzaakt in uw gewas. Het spreekt dus voor zich dat percelen die last veel omvallers gehad hebben, de meeste kans lopen om ook problemen te krijgen met knop Botrytis.

Knopval bij pioenrozen is elk jaar een belangrijke kwaal. Hoewel Botrytis het snelst groeit bij nat en warm weer, ontstaan de grootste problemen juist bij koud en nat weer, vlak voor de bloei. De bloemen rijpen dan niet af en staan te lang in een kwetsbaar stadium op de plant. in dit stadium groeit de schimmel vanuit het kleine blaadje onder de bloem de knop in. Als het daarna warm en vochtig wordt, vallen de knoppen vlak voor de bloei in groten getale om.

Enkele extra bespuitingen vlak voor de bloei kunnen nodig zijn, vooral Teldor, Kenbyo en Luna Sensation worden genoemd als zijnde goede en effectieve bestrijdingsmiddelen. Het beste resultaat wordt verkregen als de knoppen nat zijn van de dauw. Het middel vloeit er dan makkelijker omheen. U kunt tevens gebruik maken van een goede uitvloeier en spuit van twee kanten.

Botrytus in de knop


Phytophthora

Een redelijk nieuwe aantasting in pioenen is Phytophthora. De infectie vindt plaats onder vochtige omstandigheden via verwondingen. De schimmel kan jarenlang in plantenweefsels of in de grond overleven. De eerste aantasting is te herkennen aan zwarte, slappe blaadjes in het gewas. Bij een aantasting in het voorjaar door Phytophthora ontstaan bruine tot grauwzwarte vlekken op de stengeldelen en komen deze takken als een soort zwarte haakjes op en groeien niet verder dan 10 cm. Eenmaal aangetast is het vrijwel niet weg te krijgen. De plekken voelen vaak sponsachtig en zacht aan waarbij het merg donkerbruin en natrot is, o.a. Kansas en Duchesse zijn hier gevoelig voor. Spuit preventief met bijvoorbeeld Moancozeb, Rodomil Gold of het nieuwe middel Signum.

Phytophthora is makkelijk te verwarren met nachtvorstschade. In allebei de gevallen sterft de kop van de plant, kleurt zwartbruin, verdroogt en buigt de kop naar beneden. Het verschil is snel vast te stellen doordat bij nachtvorstschade op de grens van ziek en gezond weefsel in de stengel een holte ontstaat.
Ook bladaaltjes kunnen bij een ernstige aantasting een afgestorven kopje geven, maar de kop buigt dan niet naar beneden. Vaak zijn dan kleine, half gevormde blaadjes te zien.

Het is daarom goed om verdachte planten op de aanwezigheid van Phytophthora te laten onderzoeken om daarmee onnodig gebruik van dure gewasbeschermingsmiddelen te voorkomen.
 
Maatregelen:

  • Gebruik gezond uitgangsmateriaal
  • Zorg voor een goede bodemstructuur
  • Vermijd een te natte grond en zorg voor voldoende water afvoer.
  • Vermijd een te hoog zoutgehalte van de grond
  • Voeg tijdens de bespuitingen tegen Botrytis af en toe een Phytophthora middel toe

Het effect van Phytopthora


Kaliumfosfiet

Kalium is een belangrijke meststof die de plant versterkt. Ook fosfiet werkt versterkend. Dit resulteert in een afweer reactie door de plant, door onder meer een verhoging van de salicylzuur route en het vertraagt de groei en vorming van sporen van pathogenen. De plantversterker kaliumfosfiet zet de plant aan tot vorming van meer wortels. Ook krijgen de wortels een dikkere celwand, waardoor ze minder vatbaar zijn voor aantastingen van schimmels zoals valse meeldauw, phytopthora en pythium.


Bladvlekkenziekten

Bladvlekkenziekten veroorzaken steeds meer problemen in de teelt van pioenen. Bladvlekken schimmels en Botrytis spp. veroorzaken verschillende soorten bladvlekken in de pioenroos, zie de onderstaande foto’s. Beide schimmels gedijen goed onder warme en vochtige omstandigheden. Beide schimmels overleven op gewasresten.

Links bladvlekken, rechts Botrytus

Symptomen
Bladvlekken zijn goed van Botrytis te onderscheiden. Zie hieronder de symptomen van Botrytis en van Bladvlekken.

Botrytis: 

  • Bij Botrytis is sprake van een lichtbruine vlek waarbij al snel het hele of halve blad is aangetast
  • De aantasting zit vaak aan de uiteinden van het blad
  • Ontstaat vanaf de bovenkant
  • Onder vochtige omstandigheden vindt u een grijze sporenmassa op het aangetaste blad

Bladvlekken:

  • Vlekken verspreid over het hele blad
  • De vlekken beginnen als lichtrode / purperrode plekjes
  • Later groeien deze vlekken uit tot onscherp begrensde, paarsbruine vlekken

Maatregelen:

  • Gebruik gezond uitgangsmateriaal
  • Na het kleppelen/afmaaien gewasresten verwijderen
  • Geef ’s morgens water zodat het gewas droog de nacht in kan
  • Spuit preventief met o.a. Daconil, Flint, Ortiva of Switch. Wissel regelmatig tussen de groepen van middelen om resistentie te voorkomen


Kleur van het gewas

In de loop van het voorjaar kan een pioen een lichtere kleur krijgen doordat de grond nog te koud is en wortel niet actief genoeg en temperatuur al wel oploopt en gewas hard groeit of door een gebrek. Dit gebrek kan veroorzaakt worden door een tekort aan sporenelementen. Met name ijzer en mangaan kunnen hierbij een belangrijke rol spelen. IJzergebrek uit zich in een gele verkleuring tussen de nerven in het jongere blad, mangaangebrek treedt vooral op in de oudere bladeren. IJzer is moeilijk opneembaar bij hogere pH (voor mangaan geldt dit ook), natte en droge grond en bij een koude/inactieve bodem. Dit tekort kan op een tweetal manieren aangepakt worden; sporen bij strooien of een bladbemesting uitvoeren. Wel is het natuurlijk belangrijk om al op tijd te beginnen met het toevoegen van sporenelementen want bij een tekort kost het veel moeite om dit weer op peil te brengen, voorkomen is beter dan genezen.


Sporen strooien

Sinds kort is er een langzaam werkende strooibare sporenmix verkrijgbaar, genaamd DCM MICRO-MIX. De sporen zitten opgesloten in organische stof waardoor deze langzaam vrijkomen en ter beschikking van de plant komen. Deze mix bevat ijzer, mangaan, borium, zink, koper en molybdeen. Bij het op tijd strooien blijft de bodemvoorraad op een hoger peil wat een gebrek kan voorkomen. De sporen zijn zo samengesteld dat ze ook bij een hogere pH goed opneembaar blijven.


Bladbemesting

Naast het strooien van de sporen is het ook mogelijk om via het blad bijvoorbeeld ijzer toe te dienen. DCM OLEGA® FER is een bladmeststof welke ijzer, ureum en zeewierextract bevat. Het ijzer in DCM OLEGA® FER is gebonden aan een planteigen complex (citraat). Dit in tegenstelling tot de meeste andere ijzerbladmeststoffen welke gebonden zijn aan chelaten. Het planteigen ijzer heeft als voordeel dat het ijzer “herkend” wordt door de plant en meteen ingebouwd zal worden. DCM OLEGA® FER is snel werkend, veilig in het gebruik (kleiner molecuul dan een chelaat) en wordt qua werking versterkt in combinatie met het zeewierextract. Bij toepassing van bladmestoffen is het wel van belang om dit meerdere malen toe te dienen (3-4 keer). 

Naast DCM OLEGA® FER is ook DCM OLEGA® COMPLEX te gebruiken. Deze bladmeststof bevat naast stikstof, fosfaat en kalium ook alle sporenelementen. De sporenelementen zijn gechelateerd en in combinatie met zeewierextract geeft dit weer een extra stimulans. DCM OLEGA® FER en DCM OLEGA® COMPLEX zijn onderling ook zeer goed mengbaar in een verhouding van 1:1. Eventueel toevoegen aan gewasbeschermingsmiddelen is ook mogelijk maar hiervoor moet wel de mengtabel geraadpleegd worden. 

Voor advies op maat kunt u contact opnemen met uw adviseur Andre de Ridder: a.deridder@dcmnederland.com


Silicium

Silicium is belangrijk voor de stevigheid van celwanden, waardoor ziekten en insecten minder snel een kans krijgen om de plant aan te tasten. Verder is silicium belangrijk voor een goede bloem- en vruchtzetting. Dia-Life bevat een hoge concentratie van o.a. fulvinezuur. Diatomeeënaarde zijn fijne overblijfselen van zeealgen fossielen en bestaat grotendeels uit silicium, maar het bevat ook een grote variëteit aan micronutriënten.

Producten uit de Life Range, waaronder Dia-Life, bevatten onder andere de opnameversterker fulvinezuur, waardoor de toegediende hoeveelheid mineralen binnen 6 dagen volledig wordt afgeleverd aan de plant. Daarnaast wordt het microleven (Life) in de bodem gestimuleerd, waardoor ook andere mineralen plant beschikbaar worden gemaakt en het effect verder wordt vergroot.


Bodemleven

Fytaforce Soil is een hoogwaardige biofertiliser met een geconcentreerd mengsel van positieve micro-organismen die onder natuurlijke omstandigheden in de bodem voorkomen. Levert een zeer grote hoeveelheid positieve micro-organismen die van nature op en rond de plant voorkomen (o.a. Trichoderma, Bacillus, Pseudomonaden en vele andere positieve soorten schimmels, bacteriën en protozoa).

Het is speciaal ontwikkeld voor toepassing in de container- en vollegronds buitenteelt en zorgt ervoor dat de natuurlijke balans van micro-organismen op en rond de plant wordt hersteld. Bij een natuurlijke balans is de plant weerbaarder en groeikrachtiger. Daarnaast stimuleert het de vorming van humus en de mineralisatie in de bodem.

Dia-Life en Fytaforce zijn verkrijgbaar bij KaRo, Tulpenmarkt 4, Zwaagdijk, 0228-563135.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Marco Culurgioni
Mail: mc@karobv.nl
Mobiel: 06-86823006
Danny Rood
Mail: dr@karobv.nl
Mobiel: 06-51147142


Beeldenbank uitgebreid met nieuwe gebrekziekten

De Beeldenbank ziekten, plagen en onkruiden is uitgebreid met een nieuwe categorie: gebrekziekten in boomkwekerijgewassen.
www.databank.groenkennisnet.nl/gebreksziekten


Taxus Kever 

Herkenning:
Zowel de volwassen kevers als de larven veroorzaken schade. Volwassen kevers vreten ronde gaten in de bladeren, beginnen bij de rand. De taxuskever vormt een plaag in een groot aantal siergewassen. Taxuskever is ook bekend als gegroefde lapsnuitkever.

Links de Taxus kever en rechts een larve

Wortels, wortelknollen en wortelstokken kunnen ernstig worden aangetast door de larven, maar ook doordat aan de stengelbasis de bast van de plant wordt geknaagd. Hierdoor is geen sapstroom meer mogelijk en verwelken de planten en sterven af. Eén larve kan al voldoende zijn om een plant te laten doodgaan. Door de wonden die aan de wortel ontstaan, kunnen schadelijke organismen zoals schimmels en bacteriën de plant binnendringen.

Levenswijze
Een volwassen taxuskever is 8 - 12 mm lang, zijn bruinzwarte kleur en hebben vaalgele vlekjes. De dekschilden zijn gegroefd en met het lichaam vergroeid zodat ze niet kunnen vliegen. Ze zijn genoodzaakt te lopen, wat ze erg goed kunnen.

Vanaf mei tot oktober leggen de wijfjes eieren. De eieren zijn rond en eerst wit van kleur, maar al snel worden ze bruin. De larven leven in de grond. Zijn aanvankelijk 1 mm lang en worden uiteindelijk 12 mm lang. De kop is bruin, het lichaam wit doorschijnend tot roze-achtig. De taxuskever overwintert als larve in de grond. De volgroeide larven verpoppen in her voorjaar in de grond. Buiten is er één generatie per jaar. In de kas verloopt de ontwikkeling veel sneller en kunnen meerdere generaties per jaar voorkomen.

Maatregelen

  • Taxuskevers kunnen zowel chemisch als biologisch worden bestreden
  • Chemische bestrijding kan met behulp van Calypso
  • Biologisch bestrijding kan met behulp van insecten parasitaire aaltjes


Green Works Care™

Na uitgebreide testen en onderzoeken i.s.m. verschillende instituten in binnen en buitenland introduceren wij Green Works Care™ voor pioenrozen.
Uit onze testen is zeer nadrukkelijk het verschil tussen warmwater behandelingen en Green Works Care™ naar voren gekomen.


Voordelen:

  • Geen schade door warm water behandeling
  • Minder uitdroging van de planten doordat we in eigen huis de care behandeling uitvoeren
  • Speciale preventieve behandeling tegen wortelknobbel en bladaaltjes
  • Planten behouden meer inhoud en groeikracht
  • Plant groeit in het eerste jaar beter weg
  • Vanaf het tweede en derde jaar meer bloei

Contact

Als u geïnteresseerd bent of vragen heeft, neem dan contact op met:

 

Ed Kleijbeuker

Tel.: +31 (0)6 24 94 64 05
Mail: ed@green-works.nl

Daan Kneppers

Tel.: +31 (0)6 51 82 47 12
Mail: daan@green-works.nl

 

Bekijk het Pioenen assortiment per soort: